Al vanaf ons huis in Veenendaal voer ik een hardnekkig gevecht tegen kraaien. Niet letterlijk, maar ik ben ze liever kwijt dan rijk. Dat gekrijs, die herrie en de vrijpostigheid waarmee ze bezit nemen van het dak van je woning…
Nu had ik daar in Veenendaal een diervriendelijke oplossing voor. Ik had ooit eens gelezen dat als je kunstkraaien aan de schoorsteen bindt, dat kraaien dan het idee hebben dat die plek ‘bezet’ is. En het werkte echt!
In Groenlo ben ik daar nog niet aan toe gekomen. De overlast is ook relatief minder, maar bij tijd en wijle toch hinderlijk. Ook binnen is de herrie van gekrijs en het gerommel op het dak soms oorverdovend.
Terror

Als kind was ik erg onder de indruk van het smurfenalbum waarin het volk werd geterroriseerd door een monsterachtige vogel, De Krwakakrwa. Het gekrijs van de kraaien doet me vaak denken aan deze vogel.
De oorspronkelijk Franse naam Cracoucass is een samentrekking van “craquer”(kraken) en “casser” (breken)
Deze maand hebben onze gasten genoten van prachtig weer op Hoeve de Snippert. Tijdens (weer) een gezellig kampeerweekend van de CitroenIDDSClub, bleek een groepsboeking voor de binnenaccommodatie geregeld te zijn door een andere autoclub. Een Mini-Cabrioclub. Bij thuiskomst van één van hun ritjes dat weekend werd, onder de auto van één van hen, een jonge kraai ontdekt die daar niet zelf meer onder vandaan kwam.

Na het maken van de groepsfoto van deze autoclub werd mij medegedeeld dat de kraai op het kippenhok gezet was en toen ik hem later op het garagedak ontdekte had ik het idee dat het wel goed zou komen met hem. Echter enkele dagen later zat hij daar nog steeds.
Grote smurf wist uiteindelijk met de Krwkakrwa af te rekenen middels een toverdrank. Zelf had ik deze niet voor handen en het advies van een van mijn (andere) gasten, om de vogel ‘een eindje te helpen’ (af te maken) kon ik niet over mijn hart verkrijgen.

Pappie
Het houdt je toch bezig, zon beestje dat dagenlang op het dak zit en niet weg kan komen. Ik stel me dan voor dat, terwijl ik onze gasten zit te verwennen, op het dak zo’n dier zit te kreperen, en zonder eten of drinken langzaam zit dood te gaan. En onbewust was me al een naam voor dat beestje tebinnen geschoten. “Pappie”.
Ondanks de aversie tegen deze soort, besloot ik het beestje naar een vogelopvang te brengen.
De humor van de verwijzing van deze naam, naar de Nederlandse ‘hiphop-artiest’ Kraantje Pappie, werd bij inschrijving van de jonge kraai totaal gemist door degene die de zorg voor het beest overnam.


Maar ik wist dat ik Kraaitje Pappie in goede handen had achtergelaten want de constatering ‘gebroken vleugel’ en de mededeling ‘deze verdient nog een kans’ gaf me goede hoop. Vooral ook dat de opvang een klein uurtje vanaf Groenlo was. Dus de kans dat ik ooit zal worden geterroriseerd door deze krasse ‘hiphopper’ is klein.
